Van lakschoentjes naar klompen; Rotterdamse bleekneusjes sterkten aan in de Achterhoek

Miep Timmermans (82) uit Rotterdam verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim twee jaar bij een boerengezin in de Achterhoek. ‘Ik wilde niet meer weg.’

‘Ik stond op het perron in Wehl te wachten, maar de trein reed door.’ Miep (82) herinnert zich nog goed hoe blij ze daarmee was toen het tijd was om terug te gaan naar Rotterdam. ‘Ik wilde helemaal niet weg uit de Achterhoek, ik ben uiteindelijk geen 6 weken maar ruim 2 jaar in Kilder gebleven.’

Miep Timmermans woonde tijdens de oorlog in Rotterdam. ‘We woonden in een gevaarlijk deel van de stad. Er werd veel gevochten, de kogels vlogen je om de oren.’ Haar vader, een Rotterdamse brandweerman, besloot dat Miep een paar weken in de provincie opgevangen moest worden. Via de kerk werd een logeeradres gevonden bij de familie Thus in Kilder.

Ze werd met tientallen andere meisjes op de trein gezet. ‘Zo’n boemeltrein, met houten bankjes. Dat maakte zo’n herrie,’ vertelt Miep met onvervalst Rotterdams accent.

Jan en Marie, de kinderen van boer Thus, haalden haar op van het station en brachten haar naar hun boerderij. Daar werden haar glimmende lakschoentjes en parmantige witte sokjes ingeruild voor een stevig paar klompen.

Foto: Miep Timmermans in de keuken van de familie Thus
Foto: Miep Timmermans in de keuken van de familie Thus

Grote koe

‘Ik vond het prachtig. Jan was toen 18 jaar en nam me overal mee naar toe; het land op, de stal in. Ondanks dat ik uit een stad van stenen kwam, was ik niet bang. Binnen de kortste keren had ik m’n arm om een grote koe heen geslagen.’

Miep kan het goed vinden met de familie. ‘Rotterdammers en Achterhoekers lijken wel op elkaar. Niet lullen, maar poetsen.’ Er werden wel geintjes uitgehaald met het ‘deerntien uut Rotjeknor’. Zo vroeg Jan haar achter de tractor te lopen terwijl de gier uitreed. Miep zat onder de mest. ‘Maakte me niets uit,’ zegt ze met pretoogjes.

Toen het tijd was om terug te gaan naar Rotterdam stopte de trein niet op het station in Wehl. Er werd gebeld met de kerk, Miep mocht van de familie Thus zo lang blijven als ze wilde. Ze werd ingeschreven bij de school en bleef ruim twee jaar in Kilder.

Foto: de inmiddels gesloopte boerderij waar Miep verbleef (omstreeks 1960).
Foto: de inmiddels gesloopte boerderij waar Miep verbleef (omstreeks 1960).

Met de fiets terug

In augustus van 1944 haalde haar vader haar op uit Rotterdam. ‘Met de fiets, want de treinen staakten.’ De situatie in Rotterdam werd kritiek. Eten was schaars en er werd veel geschoten en gebombardeerd. ‘Mijn vader was bang dat hij mij nooit meer zou zien, daarom zocht hij mij toen op.’

Miep overleefde de oorlog, trouwde en kreeg kinderen. Al die tijd hield ze contact met de familie Thus in Kilder. Ieder jaar bezoek ze met haar gezin de Achterhoekse boerderij. Aan de tafel in de keuken drinkt ze koffie en krijgt ze een gevulde koek van Martin en Tiny. Martin is de kleinzoon van boer Thus.

60 rode rozen

Ze bekijken foto’s van Miep, samen met de familie. Jan is inmiddels overleden, foto’s uit de oorlog zijn verloren gegaan. ‘Ik ben drie keer verhuisd, ik ben ze ergens verloren. Balen.’ Op één van de foto’s staat een grote bos bloemen in de achtergrond. ‘Om onze 60-jarige vriendschap te vieren gaf ik ze 60 rode rozen,’ zegt Miep.

Miep is één van de 18.000 Rotterdammers die tijdens de oorlog in Gelderland en de noordelijke provincies worden opgevangen om aan te sterken. Met name in de Hongerwinter betekent de opvang op het platteland soms letterlijk de redding van de kinderen.

Foto: Jan Thus en Miep. Op de achtergrond de bos met 60 rozen ter ere van hun 60-jarige vriendschap.
Foto: Jan Thus en Miep. Op de achtergrond de bos met 60 rozen ter ere van hun 60-jarige vriendschap.

Bleekneusjes willen iets terug doen

Volgens Rotterdammer Steef Rietbergen zijn de gastgezinnen nooit echt bedankt voor hun inzet tijdens de oorlog. Daarom deed hij in juli een oproep bij Omroep Gelderland om gastgezinnen te achterhalen, zodat hij en de andere ‘bleekneusjes’ iets terug kunnen doen.

Dit weekend, op 16 en 17 april, is het zo ver. De gastgezinnen en hun nabestaanden worden getrakteerd op een volledig verzorgd weekend in Rotterdam. Zo wordt er een diner georganiseerd waar onder andere burgemeester Aboutaleb bij aanwezig is, en de gezinnen krijgen een rondrit door de stad.

‘Dit voelt als thuis’

Martin en Tiny Thus zijn van de partij. ‘We vinden het belangrijk om stil te staan bij de gevolgen van de oorlog,’ zegt Martin. Ook Miep is erbij: ‘Ik heb mijn vader moeten beloven om nooit te vergeten wat deze mensen voor mij hebben gedaan.’

Miep voelt zich naast Rotterdammer ook Achterhoeker, ze spreekt nog steeds een beetje plat. Ze geniet van het landschap en de boerderijen, al is de boerderij waar ze in de oorlog verbleef gesloopt en vervangen door een nieuw woonhuis. ‘Iedere keer dat ik hier kom moet ik huilen,’ snikt Miep. ‘Ieder jaar. Dit voelt als thuis, als een veilige plek.’

Miep schreef haar verhaal op. De volledige tekst kunt u hier lezen (pdf).

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.