Datajournalistiek: lintjesregen 2016

Voor Omroep Gelderland analyseerde ik data van de lintjesregens van de afgelopen 10 jaar. Ook maakte ik een visualisatie van de gedecoreerden van 2016. De diepgaande analyse vind je onder de ‘lees meer’.

Lees verder Datajournalistiek: lintjesregen 2016

Van lakschoentjes naar klompen; Rotterdamse bleekneusjes sterkten aan in de Achterhoek

Miep Timmermans (82) uit Rotterdam verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim twee jaar bij een boerengezin in de Achterhoek. ‘Ik wilde niet meer weg.’

‘Ik stond op het perron in Wehl te wachten, maar de trein reed door.’ Miep (82) herinnert zich nog goed hoe blij ze daarmee was toen het tijd was om terug te gaan naar Rotterdam. ‘Ik wilde helemaal niet weg uit de Achterhoek, ik ben uiteindelijk geen 6 weken maar ruim 2 jaar in Kilder gebleven.’

Miep Timmermans woonde tijdens de oorlog in Rotterdam. ‘We woonden in een gevaarlijk deel van de stad. Er werd veel gevochten, de kogels vlogen je om de oren.’ Haar vader, een Rotterdamse brandweerman, besloot dat Miep een paar weken in de provincie opgevangen moest worden. Via de kerk werd een logeeradres gevonden bij de familie Thus in Kilder.

Ze werd met tientallen andere meisjes op de trein gezet. ‘Zo’n boemeltrein, met houten bankjes. Dat maakte zo’n herrie,’ vertelt Miep met onvervalst Rotterdams accent.

Jan en Marie, de kinderen van boer Thus, haalden haar op van het station en brachten haar naar hun boerderij. Daar werden haar glimmende lakschoentjes en parmantige witte sokjes ingeruild voor een stevig paar klompen.

Foto: Miep Timmermans in de keuken van de familie Thus
Foto: Miep Timmermans in de keuken van de familie Thus

Grote koe

‘Ik vond het prachtig. Jan was toen 18 jaar en nam me overal mee naar toe; het land op, de stal in. Ondanks dat ik uit een stad van stenen kwam, was ik niet bang. Binnen de kortste keren had ik m’n arm om een grote koe heen geslagen.’

Miep kan het goed vinden met de familie. ‘Rotterdammers en Achterhoekers lijken wel op elkaar. Niet lullen, maar poetsen.’ Er werden wel geintjes uitgehaald met het ‘deerntien uut Rotjeknor’. Zo vroeg Jan haar achter de tractor te lopen terwijl de gier uitreed. Miep zat onder de mest. ‘Maakte me niets uit,’ zegt ze met pretoogjes.

Toen het tijd was om terug te gaan naar Rotterdam stopte de trein niet op het station in Wehl. Er werd gebeld met de kerk, Miep mocht van de familie Thus zo lang blijven als ze wilde. Ze werd ingeschreven bij de school en bleef ruim twee jaar in Kilder.

Foto: de inmiddels gesloopte boerderij waar Miep verbleef (omstreeks 1960).
Foto: de inmiddels gesloopte boerderij waar Miep verbleef (omstreeks 1960).

Met de fiets terug

In augustus van 1944 haalde haar vader haar op uit Rotterdam. ‘Met de fiets, want de treinen staakten.’ De situatie in Rotterdam werd kritiek. Eten was schaars en er werd veel geschoten en gebombardeerd. ‘Mijn vader was bang dat hij mij nooit meer zou zien, daarom zocht hij mij toen op.’

Miep overleefde de oorlog, trouwde en kreeg kinderen. Al die tijd hield ze contact met de familie Thus in Kilder. Ieder jaar bezoek ze met haar gezin de Achterhoekse boerderij. Aan de tafel in de keuken drinkt ze koffie en krijgt ze een gevulde koek van Martin en Tiny. Martin is de kleinzoon van boer Thus.

60 rode rozen

Ze bekijken foto’s van Miep, samen met de familie. Jan is inmiddels overleden, foto’s uit de oorlog zijn verloren gegaan. ‘Ik ben drie keer verhuisd, ik ben ze ergens verloren. Balen.’ Op één van de foto’s staat een grote bos bloemen in de achtergrond. ‘Om onze 60-jarige vriendschap te vieren gaf ik ze 60 rode rozen,’ zegt Miep.

Miep is één van de 18.000 Rotterdammers die tijdens de oorlog in Gelderland en de noordelijke provincies worden opgevangen om aan te sterken. Met name in de Hongerwinter betekent de opvang op het platteland soms letterlijk de redding van de kinderen.

Foto: Jan Thus en Miep. Op de achtergrond de bos met 60 rozen ter ere van hun 60-jarige vriendschap.
Foto: Jan Thus en Miep. Op de achtergrond de bos met 60 rozen ter ere van hun 60-jarige vriendschap.

Bleekneusjes willen iets terug doen

Volgens Rotterdammer Steef Rietbergen zijn de gastgezinnen nooit echt bedankt voor hun inzet tijdens de oorlog. Daarom deed hij in juli een oproep bij Omroep Gelderland om gastgezinnen te achterhalen, zodat hij en de andere ‘bleekneusjes’ iets terug kunnen doen.

Dit weekend, op 16 en 17 april, is het zo ver. De gastgezinnen en hun nabestaanden worden getrakteerd op een volledig verzorgd weekend in Rotterdam. Zo wordt er een diner georganiseerd waar onder andere burgemeester Aboutaleb bij aanwezig is, en de gezinnen krijgen een rondrit door de stad.

‘Dit voelt als thuis’

Martin en Tiny Thus zijn van de partij. ‘We vinden het belangrijk om stil te staan bij de gevolgen van de oorlog,’ zegt Martin. Ook Miep is erbij: ‘Ik heb mijn vader moeten beloven om nooit te vergeten wat deze mensen voor mij hebben gedaan.’

Miep voelt zich naast Rotterdammer ook Achterhoeker, ze spreekt nog steeds een beetje plat. Ze geniet van het landschap en de boerderijen, al is de boerderij waar ze in de oorlog verbleef gesloopt en vervangen door een nieuw woonhuis. ‘Iedere keer dat ik hier kom moet ik huilen,’ snikt Miep. ‘Ieder jaar. Dit voelt als thuis, als een veilige plek.’

Miep schreef haar verhaal op. De volledige tekst kunt u hier lezen (pdf).

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Heel de klas in Wageningen huilt omdat Tri (13) wordt uitgezet naar Vietnam

WAGENINGEN – Roos Kokee komt bijna niet uit haar woorden. ‘Tri is mijn vriend,’ zegt ze tussen de snikken door. Haar schouders schokken van het huilen. ‘Hij moet gewoon blijven.’

Het nieuws dat de 13-jarige Tri Pham en zijn familie uit Wageningen alsnog wordt uitgezet naar Vietnam sloeg in als een bom. Zijn klasgenoten hebben de klas en de rest van De Pantarijn volgehangen met posters. Daarop staan teksten als ‘1 of us’, ‘Tri moet blijven’ en ‘Tri, stay strong’.1

Tri’s ogen zijn dik en rood van het huilen. ‘Ik kan het niet geloven. Ik ben daar nog nooit geweest, ik spreek de taal nauwelijks. Alles wat belangrijk is moet ik achterlaten in Nederland.’ Hij snikt, begraaft zijn hoofd in zijn handen en begint te huilen. Zijn klasgenoten breken en huilen mee.

Zo veel mogelijk herrie maken

Jacq Top is de teamleider onderbouw bij De Pantarijn, de middelbare school in Wageningen waar Tri heen gaat. Top huilt niet, hij is boos. ‘Het is onbegrijpelijk dat de staatssecretaris heeft besloten dat Tri naar Vietnam moet.’ Zijn ogen schieten vuur. ‘Tri is hier geboren en hij doet zo goed zijn best!’

De school laat het er niet bij zitten. ‘We gaan zo veel mogelijk herrie maken. Er is een petitie op internet gestart, wij moedigen iedereen aan om die te ondertekenen. Ook is er volgende week vrijdag een protestbijeenkomst op de markt, daar gaan we met zo veel mogelijk mensen heen.’

De klas huilt omdat Tri wordt uitgezet
De klas huilt omdat Tri wordt uitgezet

Burgemeester is verbijsterd

Ook burgemeester Geert van Rumund heeft de petitie ondertekend, hij is verbijsterd door de beslissing van staatssecretaris Dijkhoff.

De burgervader schreef eerder een brief aan de staatssecretaris om te vragen of de familie Pham in Nederland mag blijven, maar zonder succes. De jongen valt buiten het kinderpardon, omdat het gezin zich niet altijd aan de toezichtsregels zou hebben gehouden.

Gewoon naar school

Volgens de gemeente Wageningen was Tri was echter altijd in beeld bij de overheid en is altijd gewoon naar school geweest. Van Rumund wil er alles aan doen om te voorkomen dat Tri en zijn familie worden uitgezet naar Vietnam.

Juridisch kan de gemeente helemaal niets. Van Rumund snapt het niet: een vergelijkbaar geval in een andere gemeente mocht wel blijven. ‘Precies dezelfde situatie, andere beslissing. Die willekeur kun je niet uitleggen.’

‘Hij is één van ons’

In het klaslokaal in Wageningen klinken alleen snikken. Tri en zijn klasgenoten begrijpen niets van de beslissing van de staatssecretaris. Eén van de jongens legt een hand op Tri’s schokkende schouder, ze huilen samen. Tri is één van hen.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Nel Schellekens is een kok met ballen, maar na 25 jaar stopt ze met De Gulle Waard

Ik ben gek op ambachten. Je maakt iets met je handen; iets moois, of iets lekkers. Als voormalig horecaman en restaurantkok was het een cadeautje om een portret te maken van topkok Nel Schellekens. Haar passie is groot, haar kennis van het vijfde kwartier is ongeëvenaard… en toch stopt ze met haar restaurant. Bekijk de video hieronder, of lees het uitgebreide verhaal hier.