Ghada en Bashar zijn na 8 maanden in een azc ‘enorm blij’ met hun eigen stekje

Ghada, Bashar en Ragheb
Ghada, Bashar en Ragheb in hun nieuwe huis in Oldebroek.

OLDEBROEK – Arnhem en Oldebroek moesten nog woonruimte zoeken voor honderden asielzoekers met een verblijfsvergunning, maar dat lijkt toch te gaan lukken.

Ghada en haar man Bashar lopen met hun zes maanden oude zoontje Raghed op de arm door hun nieuwe huis in Oldebroek. Het kan een likje verf gebruiken, maar na maanden in een asielzoekerscentrum kunnen ze nu weer hun eigen leven gaan opbouwen.

De familie is gevlucht uit Syrië, hun zoontje is in een azc in Nederland geboren en ze beginnen opnieuw in een kaal rijtjeshuis in Oldebroek. De muren zijn bruin geschilderd, maar de gaten in de muur zijn gevuld met wit plamuur. ‘De muren moeten een andere kleur krijgen,’ zegt Ghada. In Syrië werkte ze na haar studie aan de universiteit als opticien, Bashar is kok.

De familie is één van de vele families die gevlucht zijn voor het geweld in Syrië. Duizenden gezinnen wachten in een azc tot een gemeente een huis voor ze heeft. De achterstanden zijn groot, maar er zijn ook gemeentes waar het goed gaat.

Oldebroek, de gemeente waar Ghada en Bashar wonen, voldoet aan de taakstelling van het Rijk. Ook Arnhem lijkt de taakstelling te gaan halen, althans dat zegt de Arnhemse woningcorporatie Volkshuisvesting. Er is sprake van een eindsprint, want eerder meldde het COA juist dat Arnhem een forse achterstand had op het aantal te huisvesten asielzoekers met verblijfsvergunning (statushouders), net als veel andere gemeenten.

Forse achterstand

Het Rijk besluit ieder half jaar hoe veel statushouders een gemeente moet huisvesten. In Arnhem waren er dat voor 2015 in totaal 260, maar volgens het COA moest Arnhem op 1 november 2015 nog 202 statushouders huisvesten. De laatste woningen worden in december en januari aangeboden aan de statushouders.

Ad van Arkel is manager huren en wonen bij woningcorporatie Volkshuisvesting Arnhem. Volgens hem is het toch gelukt om huisvesting te vinden voor de mensen met een verblijfsvergunning.  ‘Daarbij wordt ook al rekening gehouden met gezinshereniging. Voor Syriërs (de grootste groep asielzoekers op dit moment, red.) wordt die bijna altijd toegewezen.’

Volgens Van Arkel en de gemeente Oldebroek lopen de cijfers van het COA wel wat achter, maar dat gemeenten worstelen met het huisvesten van het grote aantal asielzoekers met een verblijfsvergunning, naast de ‘gewone’ woningzoekenden, is duidelijk.

Creatieve oplossingen zijn nodig

Van Arkel ziet wel dat het steeds moeilijker wordt om statushouders van woonruimte te voorzien. De taakstelling voor de eerste helft van 2016 is hoger dan die van de tweede helft van 2015. ‘De druk is groot, we moeten creatieve oplossingen bedenken.’ In januari praat de Arnhems gemeenteraad over een raadsvoorstel over de huisvesting van asielzoekers met een verblijfsvergunning.

In Oldebroek zijn Ghada en Bashar maar wat blij met hun woning. De gemeente leent ze geld waarmee ze hun huis kunnen inrichten. De afgelopen weken zijn ze verschillende kringlopen in geweest om meubels te kopen. Het jonge stel zit vol plannen. Bashar wil een Oosters restaurant openen. Ghada: ‘Ik wil eerst de taal leren en daarna aan het werk. Ik was heel blij om te zien dat er in het dorp een opticien zit. Ik wil aan het werk, zo’n uitkering is niets voor mij.’

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Lees verder Ghada en Bashar zijn na 8 maanden in een azc ‘enorm blij’ met hun eigen stekje

Gelderse gemeenten lopen massaal achter in het huisvesten van asielzoekers met verblijfsvergunning

Gemeenten lopen achter met het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsvergunning
Gemeenten lopen achter met het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsvergunning

ARNHEM – Gelderse gemeenten hebben gemiddeld een achterstand van 35 procent als het gaat om het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsvergunning. Maar er zijn gemeenten in Gelderland die op 1 december nog 90 procent van hun taakstelling moesten realiseren. Dat blijkt uit maandelijkse cijfers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers .

Gelderland moet in 2015 een kleine 2400 zogeheten statushouders opvangen, per gemeente komt dat neer op 8-9 asielzoekers per 10.000 inwoners. Maar door krapte op de sociale woningmarkt wordt dat aantal zelden gehaald.

 Achterstand in huisvesten statushouders in percentage van taakstelling, peildatum 1 december 2015.


Nog te huisvesten statushouders op 1 december 2015.

Achterstanden tot 90 procent

Nijkerk heeft slechts 10 procent van de statushouders van een woning voorzien. ‘Er komen in Nijkerk nog geen 100 sociale huurwoningen beschikbaar, die voor statushouders geschikt zijn. Dure sociale huurwoningen of seniorenwoningen zijn niet geschikt,’ zegt woordvoerder Betsy Jansen.

Diverse gemeenten en woningcorporaties zeggen dat de cijfers van het COA achterlopen, maar ze erkennen dat het een forse uitdaging is om woonruimte te vinden voor statushouders, zeker omdat er voor de reguliere woningzoekenden vaak al lange wachtlijsten zijn.

Provincie Gelderland maakt zich geen zorgen

‘Het is een pittige opgave en er is een achterstand, maar ik maak me geen zorgen,’ zegt gedeputeerde Josan Meijers. De provincie Gelderland heeft de regie over het plaatsen van statushouders. ‘Ik zie hoe gemeenten en corporaties zich inzetten voor het realiseren van huisvesting voor asielzoekers met een verblijfsvergunning.’

Verdringing van reguliere woningzoekenden

Statushouders hebben ‘urgentie’, dat betekent dat ze voorrang krijgen bij de toewijzing van een woning. Om verdringing van andere woningzoekenden te voorkomen streven gemeenten er naar om 10 procent van de woningen te reserveren voor asielzoekers met een verblijfsvergunning. Jansen: ‘Om aan onze taakstelling te doen moeten meer dan 10 procent van deze woningen toegewezen worden aan statushouders. Dat vinden wij niet wenselijk, vandaar dat we andere oplossingen in beeld brengen. Hierover zijn nog geen besluiten genomen.’

Bestuursakkoord: aardige eerste stap, maar niet genoeg

Ook het Rijk ziet dat er problemen zijn, en dat gemeenten extra middelen en mogelijkheden nodig hebben om alle statushouders een woning te kunnen bieden. In november sloten het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten daarom het Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom. Daarin werden afspraken gemaakt over extra noodopvangplekken voor asielzoekers, maar ook voor extra mogelijkheden voor woningcorporaties om te investeren in huisvesting voor statushouders. Er komt extra woonruimte voor 14.000 statushouders, maar dan moeten er wel 4 vergunninghouders in één woonruimte worden gehuisvest.

Vooral dat laatste punt baart Vluchtelingenwerk zorgen. ‘Mensen worden ondergebracht in onzelfstandige woonruimten met 3 tot 4 anderen, zonder zelfstandig inkomen en leefgeld. Dat bevordert de integratie en eigen verantwoordelijk niet. Het is ook maar de vraag is of het nodig is,’ zegt Jan van der Werff. De directeur van Vluchtelingenwerk Oost-Nederland weet niet of de woonruimte voor 14.000 asielzoekers genoeg is, maar het lijkt onwaarschijnlijk. Het Centraal Bureau voor de Statistiek voorspelde eerder deze maand dat Nederland in 2016 een kwart miljoen immigranten kan verwachten.

Huisvesting is belangrijk, vindt Vluchtelingenwerk. Pas als mensen een eigen plek hebben kunnen ze beginnen met het verwerken wat ze de afgelopen maanden of jaren is overkomen.

Rekening houden met gezinshereniging

Uit een rondgang van diverse gemeenten en woningcorporaties blijkt dat de cijfers van het COA iets achter lopen, maar er is wel degelijk een probleem. In januari praat de Arnhemse gemeenteraad over extra maatregelen voor de huisvesting van asielzoekers met een verblijfsvergunning. Volgens Gerrit Breeman, de directeur van Volkshuisvesting Arnhem, moet er echt naar creatieve oplossingen worden gezocht. ‘Anders moeten we rare capriolen uithalen om de taakstelling te halen.’


Achterstand per provincie, peildatum 1 december 2015.

Liever permanente huisvesting en spreiding

In het Bestuursakkoord zijn ook maatregelen opgenomen die tijdelijke huisvesting in overheidspanden of gebouwen van derden mogelijk maken. Het oude belastingkantoor in Nijmegen staat op de lijst van Rijksvastgoed dat mogelijk herbestemd wordt als huisvesting voor statushouders. Van Arkel is daar ‘niet zo happig op,’ hij investeert liever in permanente huisvesting. ‘Als je investeert op de korte termijn is dat niet rendabel. Voor statushouders mag je 145 euro huur per maand rekenen. Daar komt nog wel wat subsidie bij, maar het is niet rendabel.

Van Arkel: ‘Huisvesting in een pand als een oud belastingkantoor leidt tot een concentratie van statushouders. Dat komt de integratie niet ten goede.’ Volkshuisvesting hanteert een norm van 25-30 procent statushouders per wijk. ‘Dat zorgt bijvoorbeeld voor meer buddy projecten en dat is goed voor de integratie.’

De manager huren en wonen zet alle zeilen bij. Leegstaande studentenhuizen worden toegewezen aan grote gezinnen, ook worden panden in niet-corporatiewijken aangekocht. ‘Dat bevordert de spreiding en bevordert het draagvlak onder de rest van de inwoners van Arnhem.’

Volgend jaar nog meer asielzoekers huisvesten

De enige permanente oplossing voor het huisvesten van statushouders, is het bijbouwen van sociale huurwoningen. Daar lijken alle partijen het over eens, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Woningcorporaties willen wel investeren, maar door de verhuurdersheffing zijn corporaties per jaar miljoenen extra kwijt,’ zegt Tonny Dijkhuizen, woordvoerder van Aedes. De koepelorganisatie van Nederlandse woningcorporaties duidt op een omstreden wet waardoor corporaties worden belast voor het bezit van huurwoningen. ‘Dat geld kunnen we niet investeren in onderhoud of verduurzaming van ons woningbestand, of in nieuwbouw.’

Gedeputeerde Meijers: ‘De taakstelling voor 2016 is haalbaar als iedereen in creatieve oplossingen gaat denken.’ De gedeputeerde pleit voor meer samenwerking tussen regio’s. ‘In de Foodvalley zie je dat gemeenten en woningcorporaties samenwerken en tot snellere en creatievere oplossingen komen.’

Die ‘creatieve oplossingen’ worden overal gezocht. Ook in Barneveld is het lastig om alle asielzoekers met een verblijfsvergunning een woning te beiden, maar de gemeente lijkt de taakstelling te gaan halen. De verhoogde taakstelling voor 2016 baart de gemeente zorgen, maar er wordt ook actie ondernomen. ‘Barneveld ligt in een groeiregio. Wanneer mensen bij het gemeentehuis aankloppen omdat ze een project willen realiseren is één van de eerste vragen: ‘Hoe denkt u aan het statushoudersprobleem te helpen oplossen?,’ zegt woordvoerder Bertil Rebel.

Er wordt ook gekeken naar het realiseren van tijdelijke oplossingen. Rebel: ‘In de Churchillstraat worden 22 semi-permanente woningen voor 10 jaar geplaatst. Die mogen er maximaal 10 jaar blijven staan, dat is zo vastgelegd in het bestemmingsplan. De huizen gaan langer mee en worden hergebruikt.’

Integratie en taalles

Huisvesten is één onderdeel van de opgave. Zodra vergunninghouders een woning hebben moeten ze ook de taal leren, zodat ze kunnen integreren en aan het werk kunnen. ‘Dat betekent dat je woonruimte het liefst realiseert in de buurt van een dorp.’ Kleinschaligheid, of in ieder geval rekening houden met de omvatting van het aantal inwoners van een dorp lijkt de sleutel. ‘In Kootwijkerbroek is woonruimte gerealiseerd voor 12 statushouders. De samenstelling van de groep is in overleg gekozen. Wat je dan ziet, is dat zich zes buddies melden die de vluchtelingen Kootjebroek laten zien.’

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.