Nel Schellekens is een kok met ballen, maar na 25 jaar stopt ze met De Gulle Waard

WINTERSWIJK – ‘Ik ben altijd aan het koken. Als het niet in de keuken is, dan is het wel in mijn hoofd.’ Toch stopt kop-tot-kont-kok Nel Schellekens met haar restaurant De Gulle Waard.

Haar keuken ruikt naar geit, naar groenten met aarde en bouillon. In bakken staan schillen van groenten, daar trekt ze bouillon van. In metalen bakjes liggen stierenballen, ossenhart, niertjes.

Van kop tot kont

‘Zero waste, 100% taste’ is de slogan van de Winterswijkse kok Nel Schellekens. Al 25 jaar gebruikt ze haar ingrediënten van kop tot kont. Alle delen van het dier worden gebruikt. De biefstuk, de haas, maar ook het hart, de nieren en de ballen. ‘Niets gaat hier de prullenbak in.’

Links: ossenhart, boven: nieren, onder: stierenballen

Het vijfde kwartier

De kok van gasterij De Gulle Waard maakte haar naam door vooral met producten uit het ‘5e Kwartier’ te koken, de benaming die koks gebruiken voor orgaan- en restvlees. Niets van het dier gaat verloren.

Van de vissers van wie ze vis afneemt krijgt ze vaak ook de bijvangst. ‘Laatst kreeg ik hele mooie griet (een platvis, red.). Van de koppen en staarten maak ik brandade (aardappelpuree met vis, red), van de koppen en graten trek ik bouillon.’

In plaats van olijfolie gebruikt ze koolzaadolie voor de brandade, uit de Achterhoek. In de 19e eeuw moesten de Achterhoekse ‘woeste gronden’ worden getemd. De grond is arm, maar lijnzaad en koolzaad groeit er wel. Hun bloemen kleuren de velden in de Achterhoek fel geel. Er verrezen oliemolens waar de olie werd geslagen, één daarvan staat in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem.

Lijnolie werd gebruikt in verf, of voor de productie van groene zeep. De koek, de restjes van de zaden, werd gebruikt als veevoer. Koolzaadolie werd gebruikt om in te bakken en als smaakmaker. ‘Ik houd het graag in de regio,’ zegt Schellekens.

Geitenboer Bert Koster schept de wrongel uit de wei (zoet waterdeel van melk)

Een paar kilometer verderop staat Geitenkaasboerderij De Brömmels. Kaasmaker Bert Kots maakt speciaal voor De Gulle Waard een jonge geitenkaas. Door het raam zie je de jonge geitjes.

Van de jonge geitenkaas van De Brommels maakt Schellekens meckerons, macerons met geitenkaas

Verjaardag vieren van je vlees

De geitenbokken neemt Schellekens ook af. Ze komt graag in de stal, want ze wil precies weten waar de dieren die in haar keuken belandden vandaan komen. ‘Ik koop kalfjes, die worden geslacht als ze volwassen zijn. Dat hele proces volg ik, de boer en ik vieren hun verjaardagen. Als ze geslacht zijn bekijken we per dier wat we er mee kunnen. Ieder ras, ieder dier is verschillend.’

De poten van Otto

Op twee grote poten van een rund is een klein etiketje geplakt: ‘poten van Otto’ staat er op te lezen. Schellekens bestelt dieren bij de boer, bij voorkeur de mannetjes. In plaats van dat ze jong worden geslacht krijgen ze een goed leven, waarna ze geslacht worden en in de keuken van De Gulle Waard terecht komen.

‘We volgen ze hun hele leven, vieren hun verjaardagen. Ze krijgen een naam; dit is os Otto.’ Herkenbaarheid, echtheid, weten waar je ingrediënten vandaan komen, het zijn voor Schellekens essentiële onderdelen van haar manier van werken.

Wat opvalt is haar enorme kennis en drive. Hoe je groenten moet bereiden en inmaken, hoe je een dier uitbeent. Wanneer we te gast zijn in haar keuken staat ze bieten in te maken.

Waar de meeste keukens hun producten zo vers mogelijk inkopen, verwerken en uitserveren werkt Schellekens op de lange termijn. De vriezer ligt vol bekertjes visbouillon. ‘In de winter kook ik met de smaken van de zomer.’ In de keuken hangen een paar hele varkenspoten. ‘Die rijpen we tot ham, dat duurt anderhalf jaar. De kosten gaan voor de baten uit.’

Mannenverslindster

In haar keuken kookt ze vooral met vlees van mannelijke dieren. ‘Ze noemen me een mannenverslindster,’ grapt Schellekens. Maar onder het grapje zit een serieuze boodschap. In Nederland worden bijvoorbeeld geiten gehouden voor de melk, maar waar het vlees wordt nauwelijks gegeten. Schellekens maakte het 25 jaar geleden haar missie om daar verandering in te brengen.

Vegetariërs vindt ze hypocriet. ‘Hennen leggen eieren, maar er worden even veel mannetjesdieren geboren. Als je eieren eet moet je ook het vlees van de haan eten. Die gaan anders in de versnipperaar. Kun je daar niet tegen, word dan veganist.’

Ze verwerkt vooral het vlees van mannetjesdieren. ‘Vrouwtjesgeiten produceren melk voor geitenkaas. De ballen van de bok pocheer ik, daarna worden ze eventueel gebakken. Dan serveer ik een stukje bal op een plankje met worst.’

Schellekens maakt alles zelf, iedere dag heeft ze een enorme mise-en-place, zoals de voorbereidingen in de keuken worden genoemd. Ze doet het met een klein team, er staan slechts een paar man personeel in de keuken. ‘Het is veel werk. Ik werk iedere dag en maak lange dagen, dat doe ik al heel lang.’

Geen orgaanvlees op de kaart

Op haar werkbank liggen varkenskoppen. Ze maakt balkenbrij, maar niet met varkenskoppen ‘Dat vlees vind ik te lekker, dat gebruik ik los.’ De schillen en restanten van groenten gaan in de bouillon, niets gaat de prullenbak in. ‘Dat is de laatste tijd weer herontdekt door hippe koks, maar ik werk al jaren zo.’

Dat geldt ook voor vlees; hersenen, niertjes in melk, hart. ‘Dat staat niet op de kaart, want dat schrikt af.’ Nel vertelt het aan tafel aan haar gasten. Ze rijden er voor om, soms grote afstanden. ‘Ze komen uit heel Nederland, maar ook uit België.’

Waar koop je paardenbloemgelei?

In de Gulle Waard eten iedere avond ongeveer 80 mensen. Toen ze bekend maakte dat ze gaat stoppen met de zaak regende het reserveringen. Eind dit jaar gaat de deur dicht, althans hoe de zaak nu is ingericht. Schellekens streeft naar versimpeling en wil zich concentreren op haar passie.

‘Ik blijf achter de kachel staan (het fornuis, red.), ik vind het te mooi. Maar als je alles zelf wilt maken en verwerken kost dat heel veel tijd. Mensen vragen aan mij: waar koop je die paardenbloemgelei? Die maak ik zelf. Als je ’s avonds ook nog eens 80 man in de zaak hebt zitten die van de kaart willen eten is dat een enorme opgave.’

Stoppen, maar niet met koken

Daarom besloot ze na 25 jaar te stoppen met restaurant De Gulle Waard en zich te concentreren op een eigen lijn producten die ze verkoopt onder de naam GiesZ, een afkorting voor Geduld is een schone Zaak. Het zijn volgens Schellekens eerlijke producten die de tijd krijgen om smaak te ontwikkelen.

Ideeën genoeg

Wat ze na december gaat doen is nog niet helemaal zeker. Ideeën zijn er genoeg: ‘Je kunt wel een varkenspoot bij de slager krijgen, maar wat doe je er vervolgens mee? Veel mensen weten het niet. Ik wil een afhaal beginnen met eigen producten. Ik wil workshops geven, presentaties, productontwikkeling en mijn eigen producten en gerechten verkopen maar dan online.’

Waar ze over vijf jaar staat weet ze nog niet. Lachend: ‘Ik blijf koken. Ik ben altijd aan het koken. Als het niet in de keuken is, dan is het wel in mijn hoofd. Mijn hoofd zit altijd vol met nieuwe ideeën, dat blijft zo.’

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Spijkerkwartier Arnhem: van hoeren naar hip en happening

Woningen in het Spijkerkwartier
Woningen in het Spijkerkwartier

De voormalige rosse buurt is nu een hippe woonwijk met barretjes en restaurants. Dat was wel anders toen raamprostitutie in de wijk nog was toegestaan.

Overlast en reuring

Prostitutie was in Nederland illegaal, maar werd in Arnhem gedoogd in een klein gebied. Het enige probleem was dat de gemeente het aantal ramen had gemaximaliseerd, daardoor werkten 250 prostituees in een klein gebied. Dat leidde tot een concentratie van prostitutie, drugsproblematiek, criminaliteit, en parkeer- en verkeersproblemen.

Op 4 januari 2006 kwam er een einde aan de raamprostitutie en de hoeren verdwenen uit het straatbeeld.

Romantisch beeld

Reinout Dubbelman is geboren en getogen in het Spijkerkwartier. ‘Er was veel overlast. Er zaten meer dan 240 hoeren, die hadden 2500 bezoekers per dag en dan kwamen er nog eens ruim 3000 mensen per dag kijken.’ Dubbelman is één van de wijkbewoners die streden voor het terugdringen van de overlast. ‘Ik ben blij dat de prostitutie weg is. Mensen hebben er vaak een romantisch beeld van, maar ik wist hoe het echt was. Schietpartijen, moorden, zeker aan het eind kregen zware criminelen meer invloed.’

‘Ik mis de hoeren niet, maar ik vind wel dat ze de wijk beetje samenbrachten,’ zegt Egbert Bouwhuis die sinds 1988 in het Spijkerkwartier woont. ‘En er was omzet in de wijk, dan liepen er groepen voetballers door de straten die vroegen: waar zitten ze?’

Moord en doodslag

Maar er was ook een schaduwzijde. In de jaren 60 werd de wijk opgeschrikt door moord-, schiet- en steekpartijen. Meerdere mensen kwamen daarbij om het leven. In 1967 werd de Turkse gastarbeider Avcy Hayrettin (27) in een Arnhems bordeel doodgeschoten. De dader kreeg 8 jaar celstraf.

Illegaal wapenbezit kwam meer en meer voor. In 1968 nam de politie meerdere vuurwapens in beslag bij een bewoner in het Spijkerkwartier. Het was voor televisieprogramma Brandpunt aanleiding voor een uitgebreide reportage over de situatie in de Arnhemse wijk.

Doorpakken

In het Spijkerkwartier was eind jaren ’90 en begin van de 21e eeuw veel drugsoverlast, van dealers en junks. Gerard Velthuizen, was destijds wethouder van de gemeente Arnhem. ‘De prostitutie gaf verdomd veel overlast op het laatst.’ Tegenwoordig is hij directeur van woningcorporatie Woonwijze. ‘Ik kom nog wel eens in het Spijkerkwartier, het is een mooie wijk geworden.’ Velthuizen kocht 17 panden van prostitutie-exploitanten. ‘Het echte werk is door mijn opvolgers gedaan, die hebben doorgepakt.’

Burgemeester Krikke bezoekt sexbioscoop "Funpassage"aan de Karel van Gelderstraat 33 tijdens een wijkbezoek aan het Spijkerkwartier in 2002.
Burgemeester Krikke bezoekt sexbioscoop “Funpassage”aan de Karel van Gelderstraat 33 tijdens een wijkbezoek aan het Spijkerkwartier in 2002.

Op één na grootste rosse buurt van Nederland

Het Spijkerkwartier was de grootste rosse buurt van Nederland, op de Amsterdamse Wallen na. Voormalig wethouder Henri Lenferink heeft daar een verklaring voor. ‘Men bezoekt liever geen prostituees in de eigen omgeving, daardoor hadden we grote aantrekkingskracht op de Veluwe. Daarnaast ligt de hele Veluwe vol met defensieterreinen. In Arnhem stond de kazerne van de Gele Rijders. De hoeren hadden een uitdrukking: ‘Geen betere vrijer dan een Gele Rijer.”

Waar zijn de dames van lichte zeden gebleven?

Gerrie Elfrink zit sinds 2002 in de Arnhemse gemeenteraad voor de SP. Sinds 2010 is hij wethouder en daarbij ook verantwoordelijk voor een aantal projecten in het Spijkerkwartier. ‘Het is een wereld van verschil, het is nu een plek waar je met je kinderen naar toe gaat. Tien jaar geleden was dat wel anders, toen stond de wijk vooral bekend om de prostitutie en de drugsoverlast die er nog lang is geweest. De wijk is enorm opgeknapt, het is nu een fijne woonbuurt,’ zegt Elfrink.

Waar de hoeren van weleer zijn gebleven is niet bekend. Arnhem heeft nog wel prostitutie, maar het is niet meer zo geconcentreerd als in het Spijkerkwartier. Toch zijn er geluiden dat de prostitutie terug komt naar de buurt. Voormalig seksexploitant Rudy Kousbroek maakte vorig jaar bekend dat hij plannen had voor een eroscentrum in de voormalige rosse buurt.

De gemeente is daar op tegen. Elfrink: ‘Arnhem heeft ontzettend veel moeite gedaan om overlastgevende prostitutie weg te krijgen en de buurt op te knappen. Er komt geen prostitutie meer in het Spijkerkwartier, we gaan niet van voren af aan beginnen.’

Gewoon een woonwijk

Anno 2016 zijn veel voormalige peeskamers omgebouwd tot koopwoningen en huurkamers, maar de sporen van het rosse verleden zijn nog duidelijk te zien. De wijkvereniging streed met succes voor het behoud van buurtcentrum De Lommerd. Op diverse plaatsen in de wijk verschijnen hippe restaurantjes en hotels.

Spijkerkwartier Arnhem: van hoeren naar hip en happening from Reinier Vermeer on Vimeo.

‘Er mot iets’

‘Het is een mooie wijk geworden,’ zegt oud-wethouder Velthuizen. De meeste bewoners zijn het met hem eens. ‘De afgelopen jaren zie je dat de wijk zich heeft ontwikkeld, dat het een borrelend en levendig organisme is,’ zegt Egbert Bouwhuis. ‘Er mot iets. Mensen organiseren weer dingen.’

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Ghada en Bashar zijn na 8 maanden in een azc ‘enorm blij’ met hun eigen stekje

Ghada, Bashar en Ragheb
Ghada, Bashar en Ragheb in hun nieuwe huis in Oldebroek.

OLDEBROEK – Arnhem en Oldebroek moesten nog woonruimte zoeken voor honderden asielzoekers met een verblijfsvergunning, maar dat lijkt toch te gaan lukken.

Ghada en haar man Bashar lopen met hun zes maanden oude zoontje Raghed op de arm door hun nieuwe huis in Oldebroek. Het kan een likje verf gebruiken, maar na maanden in een asielzoekerscentrum kunnen ze nu weer hun eigen leven gaan opbouwen.

De familie is gevlucht uit Syrië, hun zoontje is in een azc in Nederland geboren en ze beginnen opnieuw in een kaal rijtjeshuis in Oldebroek. De muren zijn bruin geschilderd, maar de gaten in de muur zijn gevuld met wit plamuur. ‘De muren moeten een andere kleur krijgen,’ zegt Ghada. In Syrië werkte ze na haar studie aan de universiteit als opticien, Bashar is kok.

De familie is één van de vele families die gevlucht zijn voor het geweld in Syrië. Duizenden gezinnen wachten in een azc tot een gemeente een huis voor ze heeft. De achterstanden zijn groot, maar er zijn ook gemeentes waar het goed gaat.

Oldebroek, de gemeente waar Ghada en Bashar wonen, voldoet aan de taakstelling van het Rijk. Ook Arnhem lijkt de taakstelling te gaan halen, althans dat zegt de Arnhemse woningcorporatie Volkshuisvesting. Er is sprake van een eindsprint, want eerder meldde het COA juist dat Arnhem een forse achterstand had op het aantal te huisvesten asielzoekers met verblijfsvergunning (statushouders), net als veel andere gemeenten.

Forse achterstand

Het Rijk besluit ieder half jaar hoe veel statushouders een gemeente moet huisvesten. In Arnhem waren er dat voor 2015 in totaal 260, maar volgens het COA moest Arnhem op 1 november 2015 nog 202 statushouders huisvesten. De laatste woningen worden in december en januari aangeboden aan de statushouders.

Ad van Arkel is manager huren en wonen bij woningcorporatie Volkshuisvesting Arnhem. Volgens hem is het toch gelukt om huisvesting te vinden voor de mensen met een verblijfsvergunning.  ‘Daarbij wordt ook al rekening gehouden met gezinshereniging. Voor Syriërs (de grootste groep asielzoekers op dit moment, red.) wordt die bijna altijd toegewezen.’

Volgens Van Arkel en de gemeente Oldebroek lopen de cijfers van het COA wel wat achter, maar dat gemeenten worstelen met het huisvesten van het grote aantal asielzoekers met een verblijfsvergunning, naast de ‘gewone’ woningzoekenden, is duidelijk.

Creatieve oplossingen zijn nodig

Van Arkel ziet wel dat het steeds moeilijker wordt om statushouders van woonruimte te voorzien. De taakstelling voor de eerste helft van 2016 is hoger dan die van de tweede helft van 2015. ‘De druk is groot, we moeten creatieve oplossingen bedenken.’ In januari praat de Arnhems gemeenteraad over een raadsvoorstel over de huisvesting van asielzoekers met een verblijfsvergunning.

In Oldebroek zijn Ghada en Bashar maar wat blij met hun woning. De gemeente leent ze geld waarmee ze hun huis kunnen inrichten. De afgelopen weken zijn ze verschillende kringlopen in geweest om meubels te kopen. Het jonge stel zit vol plannen. Bashar wil een Oosters restaurant openen. Ghada: ‘Ik wil eerst de taal leren en daarna aan het werk. Ik was heel blij om te zien dat er in het dorp een opticien zit. Ik wil aan het werk, zo’n uitkering is niets voor mij.’

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Lees verder Ghada en Bashar zijn na 8 maanden in een azc ‘enorm blij’ met hun eigen stekje

Gelderse gemeenten lopen massaal achter in het huisvesten van asielzoekers met verblijfsvergunning

Gemeenten lopen achter met het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsvergunning
Gemeenten lopen achter met het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsvergunning

ARNHEM – Gelderse gemeenten hebben gemiddeld een achterstand van 35 procent als het gaat om het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsvergunning. Maar er zijn gemeenten in Gelderland die op 1 december nog 90 procent van hun taakstelling moesten realiseren. Dat blijkt uit maandelijkse cijfers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers .

Gelderland moet in 2015 een kleine 2400 zogeheten statushouders opvangen, per gemeente komt dat neer op 8-9 asielzoekers per 10.000 inwoners. Maar door krapte op de sociale woningmarkt wordt dat aantal zelden gehaald.

 Achterstand in huisvesten statushouders in percentage van taakstelling, peildatum 1 december 2015.


Nog te huisvesten statushouders op 1 december 2015.

Achterstanden tot 90 procent

Nijkerk heeft slechts 10 procent van de statushouders van een woning voorzien. ‘Er komen in Nijkerk nog geen 100 sociale huurwoningen beschikbaar, die voor statushouders geschikt zijn. Dure sociale huurwoningen of seniorenwoningen zijn niet geschikt,’ zegt woordvoerder Betsy Jansen.

Diverse gemeenten en woningcorporaties zeggen dat de cijfers van het COA achterlopen, maar ze erkennen dat het een forse uitdaging is om woonruimte te vinden voor statushouders, zeker omdat er voor de reguliere woningzoekenden vaak al lange wachtlijsten zijn.

Provincie Gelderland maakt zich geen zorgen

‘Het is een pittige opgave en er is een achterstand, maar ik maak me geen zorgen,’ zegt gedeputeerde Josan Meijers. De provincie Gelderland heeft de regie over het plaatsen van statushouders. ‘Ik zie hoe gemeenten en corporaties zich inzetten voor het realiseren van huisvesting voor asielzoekers met een verblijfsvergunning.’

Verdringing van reguliere woningzoekenden

Statushouders hebben ‘urgentie’, dat betekent dat ze voorrang krijgen bij de toewijzing van een woning. Om verdringing van andere woningzoekenden te voorkomen streven gemeenten er naar om 10 procent van de woningen te reserveren voor asielzoekers met een verblijfsvergunning. Jansen: ‘Om aan onze taakstelling te doen moeten meer dan 10 procent van deze woningen toegewezen worden aan statushouders. Dat vinden wij niet wenselijk, vandaar dat we andere oplossingen in beeld brengen. Hierover zijn nog geen besluiten genomen.’

Bestuursakkoord: aardige eerste stap, maar niet genoeg

Ook het Rijk ziet dat er problemen zijn, en dat gemeenten extra middelen en mogelijkheden nodig hebben om alle statushouders een woning te kunnen bieden. In november sloten het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten daarom het Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom. Daarin werden afspraken gemaakt over extra noodopvangplekken voor asielzoekers, maar ook voor extra mogelijkheden voor woningcorporaties om te investeren in huisvesting voor statushouders. Er komt extra woonruimte voor 14.000 statushouders, maar dan moeten er wel 4 vergunninghouders in één woonruimte worden gehuisvest.

Vooral dat laatste punt baart Vluchtelingenwerk zorgen. ‘Mensen worden ondergebracht in onzelfstandige woonruimten met 3 tot 4 anderen, zonder zelfstandig inkomen en leefgeld. Dat bevordert de integratie en eigen verantwoordelijk niet. Het is ook maar de vraag is of het nodig is,’ zegt Jan van der Werff. De directeur van Vluchtelingenwerk Oost-Nederland weet niet of de woonruimte voor 14.000 asielzoekers genoeg is, maar het lijkt onwaarschijnlijk. Het Centraal Bureau voor de Statistiek voorspelde eerder deze maand dat Nederland in 2016 een kwart miljoen immigranten kan verwachten.

Huisvesting is belangrijk, vindt Vluchtelingenwerk. Pas als mensen een eigen plek hebben kunnen ze beginnen met het verwerken wat ze de afgelopen maanden of jaren is overkomen.

Rekening houden met gezinshereniging

Uit een rondgang van diverse gemeenten en woningcorporaties blijkt dat de cijfers van het COA iets achter lopen, maar er is wel degelijk een probleem. In januari praat de Arnhemse gemeenteraad over extra maatregelen voor de huisvesting van asielzoekers met een verblijfsvergunning. Volgens Gerrit Breeman, de directeur van Volkshuisvesting Arnhem, moet er echt naar creatieve oplossingen worden gezocht. ‘Anders moeten we rare capriolen uithalen om de taakstelling te halen.’


Achterstand per provincie, peildatum 1 december 2015.

Liever permanente huisvesting en spreiding

In het Bestuursakkoord zijn ook maatregelen opgenomen die tijdelijke huisvesting in overheidspanden of gebouwen van derden mogelijk maken. Het oude belastingkantoor in Nijmegen staat op de lijst van Rijksvastgoed dat mogelijk herbestemd wordt als huisvesting voor statushouders. Van Arkel is daar ‘niet zo happig op,’ hij investeert liever in permanente huisvesting. ‘Als je investeert op de korte termijn is dat niet rendabel. Voor statushouders mag je 145 euro huur per maand rekenen. Daar komt nog wel wat subsidie bij, maar het is niet rendabel.

Van Arkel: ‘Huisvesting in een pand als een oud belastingkantoor leidt tot een concentratie van statushouders. Dat komt de integratie niet ten goede.’ Volkshuisvesting hanteert een norm van 25-30 procent statushouders per wijk. ‘Dat zorgt bijvoorbeeld voor meer buddy projecten en dat is goed voor de integratie.’

De manager huren en wonen zet alle zeilen bij. Leegstaande studentenhuizen worden toegewezen aan grote gezinnen, ook worden panden in niet-corporatiewijken aangekocht. ‘Dat bevordert de spreiding en bevordert het draagvlak onder de rest van de inwoners van Arnhem.’

Volgend jaar nog meer asielzoekers huisvesten

De enige permanente oplossing voor het huisvesten van statushouders, is het bijbouwen van sociale huurwoningen. Daar lijken alle partijen het over eens, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Woningcorporaties willen wel investeren, maar door de verhuurdersheffing zijn corporaties per jaar miljoenen extra kwijt,’ zegt Tonny Dijkhuizen, woordvoerder van Aedes. De koepelorganisatie van Nederlandse woningcorporaties duidt op een omstreden wet waardoor corporaties worden belast voor het bezit van huurwoningen. ‘Dat geld kunnen we niet investeren in onderhoud of verduurzaming van ons woningbestand, of in nieuwbouw.’

Gedeputeerde Meijers: ‘De taakstelling voor 2016 is haalbaar als iedereen in creatieve oplossingen gaat denken.’ De gedeputeerde pleit voor meer samenwerking tussen regio’s. ‘In de Foodvalley zie je dat gemeenten en woningcorporaties samenwerken en tot snellere en creatievere oplossingen komen.’

Die ‘creatieve oplossingen’ worden overal gezocht. Ook in Barneveld is het lastig om alle asielzoekers met een verblijfsvergunning een woning te beiden, maar de gemeente lijkt de taakstelling te gaan halen. De verhoogde taakstelling voor 2016 baart de gemeente zorgen, maar er wordt ook actie ondernomen. ‘Barneveld ligt in een groeiregio. Wanneer mensen bij het gemeentehuis aankloppen omdat ze een project willen realiseren is één van de eerste vragen: ‘Hoe denkt u aan het statushoudersprobleem te helpen oplossen?,’ zegt woordvoerder Bertil Rebel.

Er wordt ook gekeken naar het realiseren van tijdelijke oplossingen. Rebel: ‘In de Churchillstraat worden 22 semi-permanente woningen voor 10 jaar geplaatst. Die mogen er maximaal 10 jaar blijven staan, dat is zo vastgelegd in het bestemmingsplan. De huizen gaan langer mee en worden hergebruikt.’

Integratie en taalles

Huisvesten is één onderdeel van de opgave. Zodra vergunninghouders een woning hebben moeten ze ook de taal leren, zodat ze kunnen integreren en aan het werk kunnen. ‘Dat betekent dat je woonruimte het liefst realiseert in de buurt van een dorp.’ Kleinschaligheid, of in ieder geval rekening houden met de omvatting van het aantal inwoners van een dorp lijkt de sleutel. ‘In Kootwijkerbroek is woonruimte gerealiseerd voor 12 statushouders. De samenstelling van de groep is in overleg gekozen. Wat je dan ziet, is dat zich zes buddies melden die de vluchtelingen Kootjebroek laten zien.’

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Laatste gedetineerden verlaten Koepelgevangenis Arnhem (een profiel van één van de bekendste gevangenissen van Nederland)

ARNHEM – 129 jaar lang zaten criminelen hun straf uit in de Koepelgevangenis in Arnhem. Een bloemlezing uit de geschiedenis van Arnhems oudste Hotel de Houten Lepel, met veel foto’s (en waarin we uitleggen waar die uitdrukking vandaan komt).

De Koepel van Arnhem, die officieel Penitentiaire Inrichting De Berg heet, staat sinds vandaag leeg. Alle gedetineerden zijn overgeplaatst naar andere penitentiaire inrichtingen vanwege bezuinigingen.

De koepelgevangenis werd ontworpen door Johan Metzelaar en gebouwd in 1882 en 1883.

De gevangenis werd in 1886 in gebruik genomen. Metzelaar groeide tijdens zijn carriere uit tot dé ontwerper van justitiële gebouwen in Nederland. Hij ontwierp ook de koepelgevangenis van Breda, het gerechtsgebouw van Tiel, het kerkje bij de jongensgevangenis De Kruisberg in Doetinchem. De derde bekende Nederlandse koepelgevangenis (die in Haarlem) is ontworpen door zijn zoon Willem Metzelaar).

De bouw werd uitgevoerd door de aannemerscombinatie Brand uit Giessendam en P.P. Seret uit Sliedrecht voor de som van fl 521.198. Op 16 augustus 1886 werd de gevangenis geopend.

Heijenoord en Lombok bestonden nog niet

Toen de gevangenis werd gebouwd lag het bouwterrein aan de rand van de stad. Er waren plannen om bij Heijenoord en Lombok een villawijk te bouwen. Langs de Utrechtseweg en langs de Rijn richting Oosterbeek verrees inderdaad een aantal landhuizen, maar de bouw van de Koepelgevangenis gooide roet in het eten. De lik maakte het gebied onaantrekkelijk als villawijk.

Het panopticon-principe

Het complex werd gebouwd volgens het nieuwe panopticon-principe (Grieks voor alziend). Vanuit het midden van het cirkelvormige complex konden de bewakers de gevangenen in de rondom gelegen cellenblokken bekijken. Daardoor waren er minder bewakers nodig om de gevangenen in de gaten te houden

Hotel De Houten Lepel

Hotel De Houten Lepel is een uitdrukking in het Bargoens voor de gevangenis. De boeventaal kent bijna zestig verschillende woorden voor ‘gevangenis’. Dat er zo veel woorden voor ‘gevangenis’ bestonden, kwam niet alleen voort uit de behoefte om onverstaanbaar te blijven voor buitenstaanders.

Het Genootschap Onze Taal weet niet zeker waar de naam ‘Hotel de Houten Lepel’ vandaan komt, maar heeft wel een idee. ‘In een gevangenis wil je natuurlijk niet dat het bestek van metaal is. Dat kan ook worden gebruikt om andere gevangenen te verwonden’, zegt Wouter van Wingerden van de Taaladviesdienst van Genootschap Onze Taal.

Maar volgens Van Wingerden is er meer te melden over uitdrukking ‘Hotel de Houten Lepel’. Houten lepels werden daadwerkelijk lange tijd gebruikt in gevangenissen. ‘In de Breskensche Courant van oktober 1907 lezen we dat de houten lepel toen juist net officieel was afgeschaft: ‘Voorts wordt, wat vroeger niet geschiedde, aan de gevangenen een geëmailleerd bord verstrekt, terwijl de houten lepel is vervangen door een vertind ijzeren.

Een verzetsman die in de Tweede Wereldoorlog gevangen zat, schreef erover: “Scheveningen is een gevangenismachine. Een verschrikking zijn het luikje, waardoor de etensblikken binnengeschoven worden, het schreeuwen der corveeërs, die de voedering verzorgen en de nummers afroepen, de ton, de houten lepel en het houten mes.” Van Wingerden: ‘Kennelijk zetten de Duitsers hun Nederlandse gevangenen weer terug in de tijd.’

Hoe veel mensen hebben er vastgezeten?

De afgelopen jaren diende de markante gevangenis in Arnhem niet meer als gevangenis, maar als huis van bewaring waar verdachten in voorarrest zitten. Als ze werden veroordeeld zaten ze hun straf uit in een andere gevangenis.

In de koepelgevangenis is plaats voor ongeveer 245 gedetineerden. ‘De ene dag zit de gevangenis half vol, even later kan hij helemaal vol zitten’, zegt Jaap Oosterveer, persvoorlichter van het ministerie van Veiligheid en Justitie. ‘Hoe veel mensen in het gebouw gedetineerd hebben gezeten is lastig te zeggen, zeker over een lange periode.’

Verzetsmensen bevrijd

Meerdere mensen zijn uit de Koepelgevangenis ontsnapt. In 1944 werden twee verzetsmensen hieruit bevrijd. De actie zou de geschiedenisboeken in gaan als ‘De overval op de koepelgevangenis te Arnhem.

Verzetsman Frits Slomp was op 1 mei 1944 in Ruurlo bij een routinecontrole door de marechaussee betrapt op het bezit van een vals persoonsbewijs en verzetspropaganda. Het verzet vreesde dat hij bij verhoor zou doorslaan en besloot hem te bevrijden uit de Koepelgevangenis.

Twee Twentse verzetsmensen, Johannes ter Horst en Geert Schoonman, verkleed als Nederlandse politieagenten, meldden zich met een pseudo-arrestant, Harry Saathof, bij de ingang van de gevangenis.

Zij maakten de dienstdoende portier wijs dat ze hun arrestant in Nijmegen moesten afleveren, maar dat ze daar niet op tijd konden zijn. Ze wilden hun ‘arrestant’ daarom een nacht in de Koepelgevangenis opsluiten.

De portier opende de poort van de gevangenis, waarna hij in de lopen van drie pistolen keek. Frits Slomp en de Twentse verzetsman Henk Kruithof werden vervolgens uit hun cel gehaald, waarna de bevrijde gevangenen naar onderduikadressen werden gebracht. Beiden bleven ondergedoken tot het einde van de oorlog.

Gevaarlijke crimineel ontsnapt

In 2009 ontsnapte een 47-jarige man die in 2009 zijn jeudgvriend doodstak. Tijdens zijn voorarrest ontsnapte hij uit de Arnhemse Koepelgevangenis door een bewaarder te gijzelen met een alarmpistool. Hij werd in België gepakt en later veroordeeld tot 20 jaar cel. In België werd hij veroordeeld tot 6 jaar cel, onder meer voor het gijzelen van zijn advocaat.

En in de toekomst?

De Koepel sluit niet, maar komt leeg te staan. Tot 1 januari 2016 blijft het gebouw een penitentiaire instelling, waar eventueel nog gedetineerden ondergebracht kunnen worden. Locatie Zuid, die in Arnhem bekend staat als de Blue Band bajes, blijft gewoon geopend. De Koepelgevangenis staat te koop, iedereen kan via het het Rijksvastgoed bedrijf een bod uitbrengen.

Uit onderzoek van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) blijkt wel dat de koepelgevangenis in Arnhem ongeschikt is voor andere functies dan een gevangenis. Er zijn wel ideeën om een casino of een zwembad in het pand te vestigen.

Dit bericht verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.