Hoe Loenen zijn Loenermark probeert terug te krijgen

Uitzicht over de heide op de Loenermark. Foto: Reinier Vermeer
Uitzicht over de heide op de Loenermark. Foto: Reinier Vermeer

Harry Modderkolk en Gerrit van de Sprenge plukken bosbessen op de rand van het bos en de heide in de Loenermark. ‘Je moet er niet te veel eten, dan krijg je een paarse tong,’ grapt Modderkolk en steekt zijn paarse tong uit.

Het bos is één van de meest bosbesrijke gebieden van Nederland, maar er staan ook veel jeneverbesstruiken.

Echowal

De mannen zijn geboren en getogen Loenenaren en kennen Loenermark als hun broekzak. Verhalen genoeg. Over het vennetje, de echowal en de mannen die vroeger in het gebied werkten. Hun vaders werkten als houthakker in het gebied.

Een van de laatste markes

De Loenermark was een van de laatste marken van Nederland. Alle inwoner van Loenen bezaten waardelen (aandelen) in de marke. Veel inwoners van het Veluwse dorp hebben een persoonlijke band met ‘hun’ bos en de heide.

Een marke is een middeleeuws collectief van grotere boeren die gezamenlijk het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke gronden reguleerden. Het woord ‘marke’ (letterlijk grens of scheiding) wordt ook gebruikt om het gebied mee aan te geven dat bij een dorp hoort.

Hun voorouders werkten en recreëerden er. Het bos was voor de houtkap. De arme heidegrond werd begraasd door schapen, die voor wol, vlees en mest voor de akkers zorgden.

Het vennetje van de Loenermark. Foto: Reinier Vermeer
Het vennetje van de Loenermark. Foto: Reinier Vermeer

Trekpleister

In 1932 werd de ‘aankoop gronden Loenermark als object van werkverschaffing‘ in de gemeenteraad besproken. De marke werd opgeheven, het gebied werd een werkvoorzieningsproject.

De Loenermarke moest een grote recreatieve trekpleister worden. De woeste gronden werden geploegd, grind afgevoerd, bomen gekweekt en het land bemest. Er werden in de decennia daarna diverse uitkijktorens gebouwd en bankjes van veldkeien gebouwd.

In verval

De laatste decennia kende het gebied vooral verval. De uitkijktoren verdween van de Trapjesberg en de banken van veldkeien raakten in verval. Eigenaar Het Gelders Landschap besloot geen geld meer te steken in het begrazen van de heide en bossen met de schaapskudde die in het gebied was gevestigd.

Dankzij dorpsbewoners gaat de schaapherder nog steeds dagelijks met de kudde de heide op. Zijn kudde bestaat uit ongeveer 200 Veluwse heideschapen, aangevuld met een paar heidekoeien.

Het ijkpunt op de heide, waar alle Nederlandse meetapparatuur werd geijkt over een lengte van ruim 500 meter. Klik op de foto om het ijkpunt in 360 graden te bekijken. Foto: Reinier Vermeer

Het tij wordt gekeerd

Het verval van de Loenermark is een doorn in het oog van de Loenenaren. Om het tij te keren werd de stichting Vrienden van de Loenense Bossen opgericht. Zij zetten zich in voor het herstel van een aantal toeristische trekpleisters in het bos, waaronder een uitkijktoren, een trapjesberg en banken van veldkeien.

Gerrit van de Sprenge is één van de bestuursleden van de stichting: ‘We noemen het nog steeds ons bos’, aldus Van de Sprenge, wiens vader ook in het bos heeft gewerkt.

In de afgelopen 30 jaren is een aantal bekende attracties van vroeger verdwenen. Van de Sprenge: ‘Dat vinden wij jammer. Wij willen dat er een nieuwe uitkijktoren komt op de Trapjesberg, wij willen de trimbaan terug in het bos. Wij hebben zelf goede (jeugd)herinneringen aan het bos en willen dat de huidige jonge generatie dezelfde goede gevoelens krijgt. Dat bezoekers van de Veluwe de mogelijkheid krijgen om te ervaren hoe mooi de bossen zijn.’

De heide op de Loenermark. Klik op de foto om het in 360 graden te bekijken. Foto: Reinier Vermeer

Uitkijktoren

Hoe groot de betrokkenheid van het dorp bij de initiatieven is, blijkt wel uit een inzamelingsactie die laatst werd gehouden. Ruim 75 procent van de 1200 huishoudens leverde een bijdrage aan de nieuwe uitkijktoren.

De financiën op een rij:

  • totale kosten: 160.000 euro
  • 18.500 euro, afkomstig van een actie
  • 50.000 euro subsidie toegezegd
  • 55.000 euro, te ‘halen’ bij landelijke subsidieverstrekkers
  • 55.000 euro te verwerven via sponsoracties in 2016 en 2017.

De Stichting Vrienden van de Loenense Bossen heeft in de korte periode van haar bestaan al een wandelroute aangelegd (zwerfkeienroute, 7 km start en einde bij de schaapskooi in de Loenermark), twee picknickplaatsen opgeknapt (Ramenberg en Dichte Gat).

Er zijn nog meer plannen om het bos een positieve impuls te geven. ‘Het is geweldig om te zien hoeveel enthousiaste vrijwilligers voor ons klaar staan, de Loenenaren zijn nog altijd heel erg bij hun bos betrokken!’

Romantische herder

Schaapsherder Willem Koestapel in 1960 te gast bij Willem Duys. Foto: AVRO
Schaapsherder Willem Koestapel in 1960 te gast bij Willem Duys. Foto: AVRO

Een van de meest karakteristieke figuren die de Loenermark kende was Willem Koestapel. Hij zwierf met zijn schaapskudde door Nederland en deed enkele keren per jaar Loenen aan. Volgens de overlevering bezat de herder een grote schat aan levenswijsheden. Uitspraken als ‘Problemen zijn er niet, die worden door mensen zelf gemaakt’ worden nog steeds in Loenen gebezigd.

Koestapel genoot veel bekendheid en werd in 1960 uitgenodigd voor het AVRO-programma Flits, met Willem Duys. Koestapel voldeed aan een romantisch ideaal. Hij leefde een simpel bestaan, met zijn kudde en zijn honden. Veel kijkers droomden er van om zijn leven te leiden.

De oude herder sleet zijn oude dag in Loenen, tot zijn dood op 86-jarige leeftijd. Hij werd begraven op de begraafplaats van de Nederlandse Hervormde Kerk in Loenen.

Meer lezen?

  • Lees hier een uitgebreide serie verhalen over het leven van schaapsherder Willem Koestapel die op de Loenermark werkte
  • De website van de Vrienden van de Loenense Bossen

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Van lakschoentjes naar klompen; Rotterdamse bleekneusjes sterkten aan in de Achterhoek

Miep Timmermans (82) uit Rotterdam verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim twee jaar bij een boerengezin in de Achterhoek. ‘Ik wilde niet meer weg.’

‘Ik stond op het perron in Wehl te wachten, maar de trein reed door.’ Miep (82) herinnert zich nog goed hoe blij ze daarmee was toen het tijd was om terug te gaan naar Rotterdam. ‘Ik wilde helemaal niet weg uit de Achterhoek, ik ben uiteindelijk geen 6 weken maar ruim 2 jaar in Kilder gebleven.’

Miep Timmermans woonde tijdens de oorlog in Rotterdam. ‘We woonden in een gevaarlijk deel van de stad. Er werd veel gevochten, de kogels vlogen je om de oren.’ Haar vader, een Rotterdamse brandweerman, besloot dat Miep een paar weken in de provincie opgevangen moest worden. Via de kerk werd een logeeradres gevonden bij de familie Thus in Kilder.

Ze werd met tientallen andere meisjes op de trein gezet. ‘Zo’n boemeltrein, met houten bankjes. Dat maakte zo’n herrie,’ vertelt Miep met onvervalst Rotterdams accent.

Jan en Marie, de kinderen van boer Thus, haalden haar op van het station en brachten haar naar hun boerderij. Daar werden haar glimmende lakschoentjes en parmantige witte sokjes ingeruild voor een stevig paar klompen.

Foto: Miep Timmermans in de keuken van de familie Thus
Foto: Miep Timmermans in de keuken van de familie Thus

Grote koe

‘Ik vond het prachtig. Jan was toen 18 jaar en nam me overal mee naar toe; het land op, de stal in. Ondanks dat ik uit een stad van stenen kwam, was ik niet bang. Binnen de kortste keren had ik m’n arm om een grote koe heen geslagen.’

Miep kan het goed vinden met de familie. ‘Rotterdammers en Achterhoekers lijken wel op elkaar. Niet lullen, maar poetsen.’ Er werden wel geintjes uitgehaald met het ‘deerntien uut Rotjeknor’. Zo vroeg Jan haar achter de tractor te lopen terwijl de gier uitreed. Miep zat onder de mest. ‘Maakte me niets uit,’ zegt ze met pretoogjes.

Toen het tijd was om terug te gaan naar Rotterdam stopte de trein niet op het station in Wehl. Er werd gebeld met de kerk, Miep mocht van de familie Thus zo lang blijven als ze wilde. Ze werd ingeschreven bij de school en bleef ruim twee jaar in Kilder.

Foto: de inmiddels gesloopte boerderij waar Miep verbleef (omstreeks 1960).
Foto: de inmiddels gesloopte boerderij waar Miep verbleef (omstreeks 1960).

Met de fiets terug

In augustus van 1944 haalde haar vader haar op uit Rotterdam. ‘Met de fiets, want de treinen staakten.’ De situatie in Rotterdam werd kritiek. Eten was schaars en er werd veel geschoten en gebombardeerd. ‘Mijn vader was bang dat hij mij nooit meer zou zien, daarom zocht hij mij toen op.’

Miep overleefde de oorlog, trouwde en kreeg kinderen. Al die tijd hield ze contact met de familie Thus in Kilder. Ieder jaar bezoek ze met haar gezin de Achterhoekse boerderij. Aan de tafel in de keuken drinkt ze koffie en krijgt ze een gevulde koek van Martin en Tiny. Martin is de kleinzoon van boer Thus.

60 rode rozen

Ze bekijken foto’s van Miep, samen met de familie. Jan is inmiddels overleden, foto’s uit de oorlog zijn verloren gegaan. ‘Ik ben drie keer verhuisd, ik ben ze ergens verloren. Balen.’ Op één van de foto’s staat een grote bos bloemen in de achtergrond. ‘Om onze 60-jarige vriendschap te vieren gaf ik ze 60 rode rozen,’ zegt Miep.

Miep is één van de 18.000 Rotterdammers die tijdens de oorlog in Gelderland en de noordelijke provincies worden opgevangen om aan te sterken. Met name in de Hongerwinter betekent de opvang op het platteland soms letterlijk de redding van de kinderen.

Foto: Jan Thus en Miep. Op de achtergrond de bos met 60 rozen ter ere van hun 60-jarige vriendschap.
Foto: Jan Thus en Miep. Op de achtergrond de bos met 60 rozen ter ere van hun 60-jarige vriendschap.

Bleekneusjes willen iets terug doen

Volgens Rotterdammer Steef Rietbergen zijn de gastgezinnen nooit echt bedankt voor hun inzet tijdens de oorlog. Daarom deed hij in juli een oproep bij Omroep Gelderland om gastgezinnen te achterhalen, zodat hij en de andere ‘bleekneusjes’ iets terug kunnen doen.

Dit weekend, op 16 en 17 april, is het zo ver. De gastgezinnen en hun nabestaanden worden getrakteerd op een volledig verzorgd weekend in Rotterdam. Zo wordt er een diner georganiseerd waar onder andere burgemeester Aboutaleb bij aanwezig is, en de gezinnen krijgen een rondrit door de stad.

‘Dit voelt als thuis’

Martin en Tiny Thus zijn van de partij. ‘We vinden het belangrijk om stil te staan bij de gevolgen van de oorlog,’ zegt Martin. Ook Miep is erbij: ‘Ik heb mijn vader moeten beloven om nooit te vergeten wat deze mensen voor mij hebben gedaan.’

Miep voelt zich naast Rotterdammer ook Achterhoeker, ze spreekt nog steeds een beetje plat. Ze geniet van het landschap en de boerderijen, al is de boerderij waar ze in de oorlog verbleef gesloopt en vervangen door een nieuw woonhuis. ‘Iedere keer dat ik hier kom moet ik huilen,’ snikt Miep. ‘Ieder jaar. Dit voelt als thuis, als een veilige plek.’

Miep schreef haar verhaal op. De volledige tekst kunt u hier lezen (pdf).

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Heel de klas in Wageningen huilt omdat Tri (13) wordt uitgezet naar Vietnam

WAGENINGEN – Roos Kokee komt bijna niet uit haar woorden. ‘Tri is mijn vriend,’ zegt ze tussen de snikken door. Haar schouders schokken van het huilen. ‘Hij moet gewoon blijven.’

Het nieuws dat de 13-jarige Tri Pham en zijn familie uit Wageningen alsnog wordt uitgezet naar Vietnam sloeg in als een bom. Zijn klasgenoten hebben de klas en de rest van De Pantarijn volgehangen met posters. Daarop staan teksten als ‘1 of us’, ‘Tri moet blijven’ en ‘Tri, stay strong’.1

Tri’s ogen zijn dik en rood van het huilen. ‘Ik kan het niet geloven. Ik ben daar nog nooit geweest, ik spreek de taal nauwelijks. Alles wat belangrijk is moet ik achterlaten in Nederland.’ Hij snikt, begraaft zijn hoofd in zijn handen en begint te huilen. Zijn klasgenoten breken en huilen mee.

Zo veel mogelijk herrie maken

Jacq Top is de teamleider onderbouw bij De Pantarijn, de middelbare school in Wageningen waar Tri heen gaat. Top huilt niet, hij is boos. ‘Het is onbegrijpelijk dat de staatssecretaris heeft besloten dat Tri naar Vietnam moet.’ Zijn ogen schieten vuur. ‘Tri is hier geboren en hij doet zo goed zijn best!’

De school laat het er niet bij zitten. ‘We gaan zo veel mogelijk herrie maken. Er is een petitie op internet gestart, wij moedigen iedereen aan om die te ondertekenen. Ook is er volgende week vrijdag een protestbijeenkomst op de markt, daar gaan we met zo veel mogelijk mensen heen.’

De klas huilt omdat Tri wordt uitgezet
De klas huilt omdat Tri wordt uitgezet

Burgemeester is verbijsterd

Ook burgemeester Geert van Rumund heeft de petitie ondertekend, hij is verbijsterd door de beslissing van staatssecretaris Dijkhoff.

De burgervader schreef eerder een brief aan de staatssecretaris om te vragen of de familie Pham in Nederland mag blijven, maar zonder succes. De jongen valt buiten het kinderpardon, omdat het gezin zich niet altijd aan de toezichtsregels zou hebben gehouden.

Gewoon naar school

Volgens de gemeente Wageningen was Tri was echter altijd in beeld bij de overheid en is altijd gewoon naar school geweest. Van Rumund wil er alles aan doen om te voorkomen dat Tri en zijn familie worden uitgezet naar Vietnam.

Juridisch kan de gemeente helemaal niets. Van Rumund snapt het niet: een vergelijkbaar geval in een andere gemeente mocht wel blijven. ‘Precies dezelfde situatie, andere beslissing. Die willekeur kun je niet uitleggen.’

‘Hij is één van ons’

In het klaslokaal in Wageningen klinken alleen snikken. Tri en zijn klasgenoten begrijpen niets van de beslissing van de staatssecretaris. Eén van de jongens legt een hand op Tri’s schokkende schouder, ze huilen samen. Tri is één van hen.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.

Gelderlanders zijn gek op vuurwapens (en hebben er veel)

ARNHEM – In Gelderland wonen in bijna alle gemeentes bovengemiddeld veel mensen die een wapen in huis mogen hebben. In Bronckhorst zijn de meeste legale wapens te vinden. Daar hebben 16 op de duizend mensen een of meer vuurwapens in huis. Het landelijk gemiddelde is 4 per duizend inwoners. In Gelderland zijn in Hattem de minste wapens te vinden.

Dat blijkt uit cijfers die NU.nl via de Wet openbaarheid van bestuur bij de politie heeft opgevraagd. Het grootste deel van de vergunningen en vuurwapens is aangevraagd voor de jachtsport.

De waddeneilanden, het oosten van Nederland en delen van Noord-Brabant hebben gemiddeld de meeste wapens in omloop. In die gebieden is de jachtsport ook het populairst. In Gelderland wonen de meeste jagers, zo blijkt uit cijfers van de Jagersvereniging.

Aantal wapenvergunningen daalt

De politie heeft vorig jaar voor het vierde achtereenvolgende jaar minder vergunningen voor vuurwapens verleend. Het aantal vergunningen daalde landelijk van 72.645 naar 72.086. Sinds de schietpartij in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011 controleert de politie strenger op de achtergronden van aanvragers. Er worden echter ook minder vergunningen aangevraagd.

 Meer legale vuurwapens

Het aantal legale vuurwapens daalde ook sinds 2012, maar is vorig jaar weer licht gestegen. In totaal zijn 206.231 legale vuurwapens in Nederland in omloop. Het grootste deel van de vergunningen en vuurwapens is aangevraagd voor de jachtsport.

Vorig jaar had 1 op de 82 personen een vuurwapen. Dat is net zoveel als in 2014. In 2012 was dat aantal nog 1 op de 78,8 personen.

 Is het erg dat er zo veel legale wapens zijn?

Het aantal incidenten met legale wapens is vrij laag, namelijk 5 procent van alle incidenten met vuurwapens. Dat blijkt uit onderzoek dat Bureau Beke in 2013 deed (pdf). Daarin concluderen zij onder andere: ‘Ook in vergelijking met het totaal aantal legale vuurwapens is het aantal incidenten met legale vuurwapens laag te noemen. Gemiddeld overlijden er 2 personen per jaar door een legaal wapen.’

Dit artikel verscheen eerder op de website van Omroep Gelderland.